Terug naar Diensten

Energie-audit

12 juni 2015

Verplichting energie-audit wordt uitgebreid

Ook niet-convenant deelnemers verplicht besparingsmogelijkheden in kaart te brengen

Alle EU-lidstaten zijn verplicht de Energie-efficiëntierichtlijn (EED, 2012)  te implementeren in de nationale wet- en regelgeving. Nederland heeft daarbij  zoveel mogelijk aangesloten bij het bestaande kader van de MEE- en MJA-3 convenanten en afspraken die deel uitmaken van het Ser Energieakkoord voor Duurzame Groei. De ca. 1100 deelnemers aan genoemde convenanten zijn verplicht elke 4 jaar een energie-audit uit te voeren. Met een aanpassing van de regeling voor de implementatie van de EED legt het ministerie van Infrastructuur & Milieu (IM) de verplichting nu ook op aan zo’n 1.900 niet-convenant deelnemende bedrijven. Zij representeren zo’n 20 procent van het industriële energiegebruik.
Doel van de EED-richtlijn is het behalen van het Europese streefdoel van 20 procent energiebesparing op het energiegebruik in 2020. De Europese Commissie heeft vastgesteld dat de daadwerkelijke besparing achterblijft bij dit streefdoel. De richtlijn schrijft daarom maatregelen voor om het energiegebruik van de overheid, burgers en bedrijven verder terug te dringen. Deze maatregelen moeten leiden tot een verbetering van de energie-efficiëntie van 1,5 procent per jaar in de periode 2014-2020.
De minister heeft ervoor gekozen om de wijzingen met betrekking tot de energie-audit voor de niet-convenant bedrijven vooralsnog in een ministeriële regeling (MR)  op te nemen. Nadat het zogenaamde Activiteitenbesluit en het Besluit Omgevingsrecht zijn aangepast zal de MR worden ingetrokken. Deze MR heeft dus een tijdelijk karakter, maar dat geldt uiteraard niet voor hetgeen beoogd wordt te regelen. De ca. 1900 bedrijven die 250 werknemers of meer dan 50 mln euro omzet per jaar hebben en niet deelnemen aan het MEE- of MJA-3 convenant moeten hun eerste energie-audit uiterlijk 5 december 2015 indienen.
Naast de energie-audit is in de MR ook een verplichting opgenomen voor industriële installaties met een vermogen van meer dan 20 MWth om een kosten-batenanalyse uit te voeren voor de toepassing van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling (WKK) of een aansluiting op een efficiënt warmte- of koudenet of restwarmte.

Bron: VEMW, 12 juni 2015

 

Tags: Duurzaam Algemeen , Duurzaam – Nederlands Beleid, Besparing Regelgeving